fbpx

Learn Dutch Phrases Using (Small Talk 2) with sound

Learn Dutch Phrases Using (Small Talk 2)

Sure, I’d be happy to help you learn some Dutch small talk phrases! Here are a few that you might find useful :

Dutch Phrases English Translations
Hallo! Hello!
Goedemorgen! Good morning!
Goedemiddag! Good afternoon!
Goedenavond! Good evening!
Hoe gaat het met je? How are you?
Het gaat goed, dank je wel. En met jou? I’m good, thank you. And you?
Ik voel me prima, bedankt. I’m feeling great, thanks.
Niet zo goed, ik voel me ziek. Not so good, I’m feeling sick.
Ik ben blij je te zien. I’m glad to see you.
Leuk je weer te zien. Nice to see you again.
Ik heb je gemist. I missed you.
Hoe was je dag vandaag? How was your day today?
Het was druk, maar wel goed. It was busy, but good.
Het was een moeilijke dag vandaag. It was a difficult day today.
Ik heb veel gedaan vandaag. I did a lot today.
Waar kom je vandaan? Where are you from?
Ik kom uit Nederland. I’m from the Netherlands.
Ik ben hier op vakantie. I’m here on vacation.
Ik woon in Amsterdam. I live in Amsterdam.
Wat voor werk doe je? What do you do for work?
Ik werk in de IT. I work in IT.
Ik ben leraar van beroep. I’m a teacher by profession.
Ik werk in een ziekenhuis. I work in a hospital.
Heb je nog leuke plannen voor het weekend? Do you have any fun plans for the weekend?
Ja, ik ga naar een concert. Yes, I’m going to a concert.
Nee, ik heb nog niets gepland. No, I haven’t planned anything yet.
Het wordt mooi weer dit weekend. The weather will be nice this weekend.
Wil je iets te drinken? Would you like something to drink?
Ja, graag. Ik wil graag een kopje koffie. Yes, please. I’d like a cup of coffee.
Nee, bedankt. Ik heb al genoeg gedronken. No, thanks. I’ve had enough to drink.
Wat voor muziek luister je graag naar? What kind of music do you like to listen to?
Ik houd van popmuziek. I like pop music.
Ik ben meer van de klassieke muziek. I’m more into classical music.
Ik houd van jazz en blues. I like jazz and blues.
Heb je kinderen? Do you have children?
Ja, ik heb twee kinderen. Yes, I have two children.
Nee, ik heb geen kinderen. No, I don’t have any children.
Hoe oud zijn je kinderen? How old are your children?
Mijn dochter is tien en mijn zoon is vijf. My daughter is ten and my son is five.
Mijn kinderen zijn allebei volwassen. My children are both grown.